Paniekaanvallen

Een paniekaanval is een uiting van intense angst, die vaak plotseling begint en niet lang duurt (5-20 min.). Een aanval gaat gepaard met intense fysieke reacties en een sterke neiging om weg te gaan van de situatie of plek waar men zich op dat moment begeeft. Men heeft het idee dat er iets heel ergs aan het gebeuren is (‘doodgaan’ of ‘gek worden’). Symptomen zijn:

– hartkloppingen of steken in de borst
– kortademigheid/hyperventilatie
– trillen
– opvliegers of koude rillingen
– het gevoel te stikken
– transpireren
– duizeligheid of het gevoel flauw te vallen
– misselijkheid of buikkramp
– gevoelens van derealisatie (afstand tot de werkelijkheid)
– gevoelens van depersonalisatie (alsof je niet echt in je lichaam zit)
– tintelingen in handen, voeten of benen
– angst om dood te gaan of een hartaanval te krijgen
– angst om ‘gek te worden’
– angst om heel ongecontroleerd te handelen of zo over te komen
                                                                                                                       Perioden van stress maken een paniekaanval waarschijnlijker, maar ze kunnen ook opkomen wanneer je juist heel ontspannen bent. Ze kunnen je zelfs in je slaap overvallen. Paniekaanvallen zijn op zichzelf ongevaarlijk en zelfs gezond: ze ruimen ongebruikte adrenaline (stresshormoon) in je lichaam op. Adrenaline dat te lang blijft ronddolen in je bloed en rondom spieren en organen is ongezond en kan je op middellange en lange termijn ziek maken.
Paniekaanvallen zijn ‘opruimers’ en het uitzitten van een paniekaanval kan een sterk gevoel van verlichting of opluchting geven. Maar het zou natuurlijk fijner zijn als je de bron van de paniekaanval kunt aanpakken, waardoor je er niet meer door overvallen wordt.