Obsessieve compulsieve stoornis

Een dwangstoornis, voorheen dwangneurose, wordt in officiële bewoordingen obsessieve compulsieve stoornis genoemd (Obsessive Compulsive Disorder). Hierbij is dus altijd sprake van een angststoornis. 

Een obsessie is dat wat iemand onophoudelijk in zijn gedachten bezighoudt. Een obsessie die gebaseerd is op angst, is een onbewuste poging om een overweldigend gevoel met je gedachten te beheersen. Door voortdurend dezelfde gedachtelijn te herhalen, probeert men dit onbestemde gevoel te laten verdwijnen. Bij OCD zijn dit dus vervelende gedachten, beelden of impulsen die angst of spanning veroorzaken. Maar het effect van alle inspanningen zijn, dat je een hoop tijd en energie hebt verspild, maar niets bent opgeschoten. In plaats daarvan groeien obsessies naarmate ze aanhouden, waarna ze veelal leiden tot dwangmatig gedrag.

Compulsies zijn handelingen die men verricht om die nare gedachten als het ware te kunnen bezweren; de handelingen zijn erop gericht om de spanning te verminderen of een gevreesde situatie te voorkomen. De persoon probeert de gedachten of beelden te negeren of neutraliseren met andere gedachten of handelingen. Het gedrag wordt ook herhaald (bvb. handen wassen bij smetvrees, ordenen van spullen, controleren van deuren of gasfornuis) of geestelijke handelingen (bvb. bidden, tellen, woorden zachtjes herhalen). Dit gedrag wordt als hardnekkig, opdringerig en misplaatst ervaren. Het zijn rituelen die worden uitgevoerd volgens strikte regels en is een reactie op een obsessie. Deze gedragspatronen of geestelijke handelingen hangen echter niet reëel samen met de gebeurtenis die verminderd of voorkomen moet worden. De obsessies of compulsies veroorzaken duidelijk lijden, spanning, kosten veel tijd (meer dan een uur per dag) of doen ernstig inbreuk op de dagelijkse bezigheden, het werk (of studie) of sociale activiteiten en relaties. In een OCD-patroon kun je dus behoorlijk vastlopen, met daarnaast ook nog angst, schaamte, schuldgevoelens en machteloosheid.

Op een bepaald punt tijdens de aandoening ziet de persoon in dat de obsessie of compulsies overdreven en onnodig zijn. Hij realiseert zich dat de obsessieve gedachten een product zijn van zijn eigen geest, het is dus niet opgelegd door gedachte-inbrenging. N.B.: Dit is niet van toepassing op kinderen.

Verder is het van belang te weten dat de stoornis niet het gevolg is van het innemen van bvb. drugs of geneesmiddelen. In een enkel geval kan men weliswaar dwanghandelingen verrichten, maar het valt zeker niet onder een dwangstoornis. Een persoon kan ook een preoccupatie hebben (in gedachten van iets vervuld zijn) met bv. voedsel in het geval van een eetstoornis.

Veel mensen met een OCD hebben van tijd tot tijd last van intrusies. Dat zijn vreemde, bizarre of morbide gedachten. Intrusies kunnen obsessies op zichzelf worden en leiden tot extreem gedrag, omdat men iets ‘moet doen’ van zichzelf, soms van seksuele of heel soms van gewelddadige aard, zelfs tegen eigen waarden en normen in. Vaker leiden intrusies tot ‘bekentenissen’ van dergelijk handelen dat nooit heeft plaats gevonden.

Een obsessieve compulsieve stoornis lijkt op verslavingsgedrag: zodra je ermee stopt, wordt je overweldigd door angst en soms paniekaanvallen. Toch is er een belangrijk onderscheid: OCD is een angststoornis, geen verslaving. Dat betekent dat wanneer de onderliggende angst verdwijnt en dus je brein de knop ‘angst aan’ naar ‘angst uit’ weet om te zetten, de obsessies en het compulsieve gedrag verdwijnen.

OCD komt bij mannen en vrouwen in gelijke frequentie voor. Vrouwen blijken frequenter aan agressieve obsessies te lijden en aan wasrituelen. Mannen daarentegen rapporteren frequenter seksuele obsessies, controlerituelen en obsessies betreffende symmetrie en exactheid. Blijkbaar wordt de inhoud van de dwangklachten beïnvloed door socioculturele factoren. De gemiddelde ontstaansleeftijd is 20-25 jaar; 10% krijgt klachten vóór het tiende levensjaar en 9% na het veertigste levensjaar. Bij jongens begint de aandoening op jongere leeftijd dan bij meisjes.